Terugbetaling CP-patiënten: toelichting van AXXON

Na ongenuanceerde berichtgeving in de media rond de nomenclatuurwijziging bij CP-patiënten vindt AXXON het noodzakelijk om hierop terug te komen. CP-patiënten krijgen niet minder kinesitherapie terugbetaald, wel is de noodzaak van 60 minuten behandeling herbekeken op basis van de functionele vaardigheden van deze patiënten.


In de nieuwsbrief van 11 juli 2019 berichtte AXXON reeds over de aanpassingen van de nomenclatuur inzake de attestering bij patiënten die lijden aan een hersenverlamming die voor hun 7e verjaardag is opgetreden. Deze aanpassingen zullen in voege treden op 1 september 2019.

Na ongenuanceerde berichtgeving in de media vindt AXXON het noodzakelijk om hierop terug te komen. Uit deze artikels bleek immers dat vele ouders van patiënten menen dat hun kind minder recht heeft op kinesitherapie en de bijbehorende terugbetaling. Bovendien werd er gesteld dat deze wijziging bij de artsen als complete verrassing kwam.

Reeds in 2014 had de Technische Raad voor Kinesitherapie de intentie om voor patiënten met cerebrale parese boven de 21 jaar nog verder kinesitherapeutische behandelingen gedurende 1 uur (M48) mogelijk te maken. Momenteel is dit niet mogelijk, wat in principe een onrechtvaardigheid is. AXXON is van mening dat álle patiënten recht hebben op behandeling, ongeacht hun leeftijd.

Gezien voor het kabinet-De Block de uitbreiding van deze duurzame kinesitherapeutische zorg ‘budgetneutraal’ moest zijn, werd de totale beschikbare budgetmassa binnen de M48 herbekeken. Er werd tot een herverdeling van de beschikbare budgettaire massa gekomen, dit op basis van wetenschappelijke studies, contacten met (Bobath-)experten en zelfs een bezoek van een aantal leden van de Technische Raad aan het gespecialiseerd CP-centrum van het UZ Pellenberg om een beter zicht te krijgen op deze behandelingen.

De hierbij gebruikte criteria worden bepaald aan de hand van het Gross Motor Function Classification System (GMFCS), wat binnen Europa het meest gebruikte, adequate classificatiesysteem is bij CP-patiënten. Het GMFCS is gebaseerd op spontaan uitgevoerde bewegingen met de nadruk op zitten, transfers en mobiliteit. Het belangrijkste uitgangspunt bij het construeren van een classificatiesysteem met 5 niveaus was dat er in het dagelijks leven een betekenisvol onderscheid moet bestaan tussen de niveaus. Het onderscheid tussen de verschillende niveaus van motorisch functioneren is gebaseerd op functionele beperkingen, het gebruik van loophulpmiddelen (zoals looprekjes, rollators en krukken) of vervoershulpmiddelen – en in veel mindere mate – kwaliteit van bewegen.

Er kan een onderscheid gemaakt worden tussen:

  • Niveau (score) 1: loopt zonder beperkingen
  • Niveau (score) 2: loopt met beperkingen
  • Niveau (score) 3: loopt met behulp van een loophulpmiddel
  • Niveau (score) 4: zelfstandig voortbewegen met beperkingen; mogelijk gebruik van een elektrisch vervoershulpmiddel
  • Niveau (score) 5: wordt vervoerd in een rolstoel

Er moet eveneens rekening gehouden worden met het onderscheid tussen de verschillende niveaus en met de leeftijd van de CP-patiënt bij het bepalen van de classificatie. Voor gedetailleerde informatie verwijzen we graag naar het volgende document.

Zo heeft bijvoorbeeld een CP-patiënt boven de 3 jaar met een GMFCS-score 2, 3 of 4 recht op 100 behandelingen van 1 uur per kalenderjaar. Op basis van een verslag van een CP-referentiecentrum kunnen daarbij 30 bijkomende behandelingen van 1 uur worden verstrekt.

Een CP-patiënt boven de 3 jaar met een GMFCS-score 5 heeft recht op 150 behandelingen van 1 uur per kalenderjaar. Op basis van een verslag van een CP-referentiecentrum kunnen daarbij 30 bijkomende behandelingen van 1 uur worden verstrekt.

Naast het aantal behandelingen van 1 uur op jaarbasis heeft de CP-patiënt recht op behandelingen van 30 minuten, gezien hij/zij over een E-statuut beschikt voor zware aandoeningen. Deze behandelingen kunnen aangewezen zijn bij opflakkeringen, na operatieve ingrepen of na eventuele botoxbehandelingen, waarbij gedurende de eerste 3 maanden intensieve kinesitherapie noodzakelijk is.

Bovenstaande patiënt met score 5 kan dus indien dat nodig is 2 tot 3 maal per week bijkomend behandeld worden gedurende 30 minuten.

CP-patiënten staan bij deze classificatie helemaal niet in de kou en kunnen nog steeds over de maximale kinesitherapeutische zorg beschikken, 7 dagen op 7 en volgens hun behoeften! CP-patiënten krijgen dus niet minder kinesitherapie terugbetaald, enkel de noodzaak van 60 minuten is herbekeken op basis van de functionele vaardigheden van deze patiënten.

Op basis van de herverdeling van de beschikbare budgettaire massa hebben nu ook patiënten met cerebrale parese boven de 21 jaar verder recht op een aantal zittingen van 1 uur op jaarbasis. Bovendien was deze herverdeling niet budgetneutraal en wordt er bijkomend € 446.000 extra budget toegevoegd vanuit de indexmassa van 2018.

  •