Waarom niet iedereen kankerbehandelingen even goed verdraagt...

Informatie verzonden op 28-02-2026

ABCIG Oncology Physiotherapy belicht in dit tweede artikel ("Waarom niet iedereen kankerbehandelingen even goed verdraagt: wat stresshormonen ons kunnen vertellen") de rol van het stresssysteem bij het verdragen van kankerbehandelingen.


Auteur:

Len De Nys 1,2  (len.de.nys@vub.be);

Nele Adriaenssens 1,2  (nele.adriaenssens@vub.be),
 

1 Medisch Oncologisch Centrum, Universitair Ziekenhuis Brussel;

2 Rehabilitation Research group, Vrije Universiteit Brussel.

Twee mensen krijgen dezelfde kankerdiagnose en exact dezelfde behandeling. Toch verloopt het traject vaak heel verschillend. Onderzoek toont aan dat bij een aanzienlijk deel van de patiënten die dezelfde kankerbehandeling ondergaan, de reactie op de therapie sterk uiteenloopt. De ene patiënt komt relatief goed door de therapie. De andere krijgt te maken met ernstige bijwerkingen, langdurige uitputting of ziekenhuisopnames. Dat verschil is niet altijd te verklaren door leeftijd, het type kanker of de dosis van de behandeling. De vraag is dus: wat maakt sommige mensen kwetsbaarder dan anderen?

Het antwoord op deze vraag ligt mogelijk in een systeem dat artsen nu zelden expliciet betrekken bij oncologische zorg: het stresssysteem van het lichaam. Om hier verder op in te gaan, leg ik eerst uit wat dit systeem inhoudt.

Wat is het concept?

Ons lichaam heeft een verfijnd stresssysteem waarmee je fysieke en mentale belasting aan kunt. Dit heet de hypothalamus–hypofyse–bijnier-as (HPA-as). Het maakt stresshormonen zoals cortisol en DHEA aan. Cortisol zorgt voor energie en reguleert ontstekingen. Blijft het cortisol te lang hoog, dan herstel je langzamer en onderdrukt het je immuunsysteem. DHEA beschermt deels en houdt de effecten van cortisol in balans.

Figuur 1: Hoe veroudering en kankerbehandelingen het stress-systeem beïnvloedt en zorgt voor meer bijwerkingen

Bij het ouder worden raakt dit evenwicht verstoord. Cortisolwaarden stijgen gemiddeld, terwijl DHEA geleidelijk daalt. Hierdoor blijft het lichaam vaker in een soort 'alarmstand'. Kankerpatiënten ervaren daarbovenop extra stress door de ziekte en behandeling. Daardoor verliest het lichaam soms veerkracht wanneer zware therapieën starten. Om dit te illustreren, stel je voor dat een patiënt na de diagnose moeite heeft met slapen. De constante zorgen en angsten zorgen ervoor dat ze 's nachts vaak wakker worden, waardoor het lichaam niet genoeg tijd heeft om te herstellen van de dagelijkse stress. Dit toont hoe een verstoorde nachtrust kan bijdragen aan een verhoogde cortisolspiegel en verhoogde gevoeligheid voor de symptomen van de behandeling.

Deze inzichten zijn belangrijk, omdat veel bijwerkingen—zoals vermoeidheid, infecties, spierverlies of traag herstel—niet alleen bepaald worden door de behandeling zelf, maar ook sterk beïnvloed worden door de belastbaarheid van het lichaam op dat moment. Daarom richt ik mij in het volgende deel op mijn benadering binnen dit onderzoeksgebied.

Wat hebben we gedaan?

In dit artikel hebben we geen nieuw experiment uitgevoerd. We bundelden en analyseerden bestaand onderzoek kritisch in een review. Dit soort artikel brengt eerdere studies samen, laat patronen zien en wijst op kennisgaten.

We onderzochten wat bekend is over stresshormonen bij mensen met kanker, met nadruk op ouderen. We analyseerden studies naar cortisol en DHEA en hun verband met klachten, functioneren, herstel en behandeluitkomsten. Ook keken we of deze stressmarkers worden ingezet om het risico op ernstige bijwerkingen van kankerbehandelingen te voorspellen.

Wat hebben we gevonden?

De bestaande literatuur laat een duidelijk patroon zien. Bij veel mensen met kanker is het stresssysteem ontregeld. Dit komt vaker en sterker voor bij oudere patiënten. Typische bevindingen zijn verhoogde cortisolwaarden, een verstoord dag-nachtritme van cortisol en lage DHEA-spiegels. Deze patronen hangen samen met meer vermoeidheid, slechter fysiek functioneren, cognitieve klachten en een lagere overleving.

Sterk bewijs ontbreekt dat deze stresshormonen vandaag al betrouwbaar voorspellen wie tijdens de behandeling ernstige bijwerkingen krijgt. De meeste studies tonen samenhang, maar geen duidelijke oorzaak-gevolgrelatie. Studies verschillen sterk in hoe en wanneer hormonen worden gemeten en gebruiken uiteenlopende meetmethoden. Bovendien worden oudere patiënten zelden apart geanalyseerd. Daardoor blijven de resultaten moeilijk te vergelijken en zijn de huidige inzichten beperkt toepasbaar. Deze biomarkers zijn voorlopig dus niet klaar voor routinematig klinisch gebruik, en verder onderzoek met consistente methoden is noodzakelijk.

Wat betekenen deze bevindingen nu concreet voor patiënten?

Kwetsbaarheid is geen zwart-wit situatie. Het lichaam heeft een bepaalde reserve aan het begin van een behandeling. Het stresssysteem bepaalt mede deze reserve. Dit systeem hangt samen met het dagelijks leven.

Onderzoek toont aan: bewegen is cruciaal. Niet één specifieke sport, maar elke vorm van beweging die je graag en meerdere keren per week doet, verbetert de balans tussen cortisol en DHEA. Dagelijkse activiteiten zoals 20 minuten wandelen, conditietraining, gewichten tillen, dansen of yoga hebben effect. Wie regelmatig beweegt, slaapt beter. Dit is essentieel voor herstel en hormonale regulatie. Je kunt je veerkracht dus deels beïnvloeden, zelfs vóór of tijdens een behandeling.

Patiënten zijn niet zelf verantwoordelijk voor bijwerkingen of complicaties. Ondersteunende zorg is belangrijk. Beweging, slaap en herstel zijn essentieel in goede kankerzorg en behandelbeslissingen zijn maatwerk samen met het zorgteam. Dit onderzoek wijst erop dat het stresssysteem straks kan helpen zorg beter af te stemmen op de patiënt.

Niet iedereen verdraagt kankerbehandelingen even goed, en dit komt niet alleen door de behandeling zelf. Het stresssysteem biedt een nieuwe invalshoek om kwetsbaarheid te begrijpen en voorspellen. Door het stresssysteem bewuster te betrekken, kunnen we patiënten mogelijk gerichter ondersteunen. Samenwerking tussen clinici en onderzoekers is nodig om zorginnovaties te testen die hierop inspelen en zo de patiëntenzorg te verbeteren.


Gebaseerd op het recente review artikel: A literature review on hypothalamic–pituitary–adrenal (HPA) axis dysregulation in older adults with cancer: A missing link in predicting treatment toxicity?, Journal of Geriatric Oncology, Volume 17, Issue 2, March 2026, 102854 (https://authors.elsevier.com/a/1mV8p6hK%7E0G8xH)



  • WVVK