Cardiovasculaire aandoeningen: de rol van de kinesitherapeut

Informatie verzonden op 08-09-2026

Cardiovasculaire aandoeningen blijven wereldwijd een van de belangrijkste oorzaken van overlijden. Ze zijn verantwoordelijk voor ongeveer 30% van alle overlijdens. Tegelijk wordt geschat dat een groot deel van de cardiovasculaire aandoeningen voorkomen kan worden door risicofactoren tijdig aan te pakken en een gezonde levensstijl te ondersteunen.


Cardiovasculaire aandoeningen omvatten een brede groep aandoeningen van het hart en de bloedvaten. Het gaat onder meer om coronaire hartziekten, cerebrovasculaire aandoeningen, aandoeningen van de perifere slagaders, reumatische en aangeboren hartziekten en veneuze aandoeningen zoals diepe veneuze trombose en longembolie.

Bij een hartaanval of beroerte is er meestal sprake van een acute verstoring van de bloedtoevoer. Daardoor krijgen het hart of de hersenen onvoldoende zuurstof. Een vernauwing of verstopping van een bloedvat door bijvoorbeeld een opeenstapeling van vetafzettingen of een bloedklonter kan hiervoor verantwoordelijk zijn. De gevolgen kunnen groot zijn en zich niet alleen op lichamelijk, maar ook op functioneel, mentaal en sociaal vlak laten voelen.

Risico’s aanpakken

Een gezonde levensstijl speelt een belangrijke rol in het beperken van het risico op cardiovasculaire aandoeningen. Voldoende bewegen, gezonde voeding, voldoende slaap en het vermijden van roken en overmatig alcoholgebruik zijn belangrijke bouwstenen. Ook het opvolgen en behandelen van risicofactoren zoals een hoge bloeddruk, een verhoogd cholesterol of een verstoorde bloedsuikerspiegel is essentieel.

Preventie begint daarbij liefst zo vroeg mogelijk. Primordiale preventie richt zich op het voorkomen van risicofactoren zelf, bijvoorbeeld door van jongs af aan voldoende beweging en gezonde voedingsgewoonten te stimuleren. Bij primaire preventie gaat het vervolgens om het opsporen en aanpakken van aanwezige risicofactoren om te vermijden dat er effectief een cardiovasculaire aandoening ontstaat.

Ook hier kan de kinesitherapeut een belangrijke rol opnemen. Door patiënten te informeren, te motiveren en te begeleiden naar een actievere levensstijl kunnen we bijdragen aan het verkleinen van hun cardiovasculaire risico. Beweging is daarbij niet alleen een middel binnen de behandeling, maar ook een belangrijk onderdeel van preventie.

Oog voor alarmsignalen

De kinesitherapeut heeft bovendien vaak een laagdrempelig contact met patiënten. Daardoor kunnen we veranderingen in klachten of parameters opmerken en mogelijke alarmsignalen herkennen.

Een hartaanval kan zich bijvoorbeeld uiten als pijn of een ongemakkelijk gevoel op de borst, maar ook als pijn in de arm, linkerschouder, kaak of rug. Kortademigheid, misselijkheid, ijlhoofdigheid, flauwvallen, koud zweet of bleekheid kunnen eveneens voorkomen. Bij vrouwen komen onder meer kortademigheid, misselijkheid en rug- of kaakpijn relatief vaker voor.

Ook een beroerte kan plots ontstaan en vraagt snel handelen. Plotselinge zwakte of gevoelloosheid van het gezicht, een arm of een been, problemen met spreken of taalbegrip, problemen met het zicht, evenwichtsproblemen, duizeligheid of een ernstige hoofdpijn kunnen alarmsignalen zijn. Meer info vind je in het artikel over beroerte in deze nieuwsbrief.

Het is belangrijk om dergelijke signalen niet te negeren. Een kinesitherapeut hoeft uiteraard geen diagnose te stellen, maar kan wel alert zijn, gepast handelen en indien nodig snel doorverwijzen. Een tijdige herkenning kan een belangrijk verschil maken.

Ook na een cardiovasculair incident blijft beweging belangrijk

De rol van kinesitherapie stopt niet wanneer een cardiovasculaire aandoening is vastgesteld. Ook bij secundaire en tertiaire preventie is kinesitherapie belangrijk.

Bij secundaire preventie ligt de focus op het voorkomen van een nieuw cardiovasculair incident bij patiënten met een gekende aandoening. Tegelijk wordt gewerkt aan het behouden of verbeteren van het dagelijks functioneren en de levenskwaliteit. Tertiaire preventie richt zich op mensen die al langdurige gevolgen ondervinden van hun aandoening, met als doel verdere achteruitgang te beperken en de levenskwaliteit en levensverwachting zo goed mogelijk te ondersteunen.

Kinesitherapeuten kunnen patiënten begeleiden binnen een revalidatieprogramma, parameters opvolgen, fysieke activiteit geleidelijk opbouwen en helpen om beweging opnieuw een plaats te geven in het dagelijks leven. Daarbij is het belangrijk om de oefeningen af te stemmen op de gezondheidstoestand, mogelijkheden en doelen van de patiënt.

Onderzoek naar cardiale revalidatie toont bovendien aan dat dergelijke programma’s niet alleen bijdragen aan het fysieke herstel. Ze kunnen ook de morbiditeit en levenskwaliteit verbeteren en worden geassocieerd met een daling van de cardiovasculaire mortaliteit. Beweging heeft daarnaast voordelen voor het mentale welzijn en kan bijdragen aan stressmanagement.

Bewegen op maat

De WHO stelt dat 5 keer per week 30 minuten fysieke activiteit een invloed heeft op de gezondheid en het risico op bv. een beroerte reeds met 25% vermindert. Volwassenen en senioren zouden minstens 150 minuten van matige intensiteit, of 75 minuten aan hoge intensiteit per week moeten behalen. Kinderen en adolescenten dienen minstens 60 minuten elke dag te doen.

De oefeningen bestaan uit aerobe oefeningen, krachtoefeningen, mobiliteits- en evenwichtsoefeningen. Ook ademhalings- en relaxatieoefeningen hebben hun plaats met betrekking tot het verminderen van stress.

Voor de kinesitherapeut ligt hier een belangrijke opdracht: algemene aanbevelingen vertalen naar beweging die haalbaar en veilig is voor de individuele patiënt. Niet iedereen start vanuit dezelfde situatie en ook de belastbaarheid kan sterk verschillen. Een gepersonaliseerd oefenprogramma en een geleidelijke opbouw zijn daarom essentieel.

Samenwerken voor betere cardiovasculaire zorg

Een goede preventie en behandeling van cardiovasculaire aandoeningen vraagt meer dan de inzet van één zorgverlener. Huisartsen, specialisten, verpleegkundigen, kinesitherapeuten, diëtisten, psychologen en andere zorgverleners hebben elk hun eigen expertise. Een goede samenwerking is dan ook essentieel, zowel bij preventie als bij revalidatie.

Als kinesitherapeut bevinden we ons vaak op een unieke positie: we begeleiden patiënten rond beweging en functioneren, maar kunnen tegelijk bijdragen aan het herkennen van risico’s, het stimuleren van gezonde gewoonten en het ondersteunen van patiënten na een cardiovasculair incident.

Van preventie en vroegtijdige herkenning tot revalidatie: kinesitherapie heeft een belangrijke plaats binnen de cardiovasculaire zorg.

Dit artikel kwam tot stand op basis van inhoudelijke input van ABSG CAPURE, de AXXON-werkgroep voor cardiovasculaire en pulmonaire kinesitherapie.


Referenties

1. World Physiotherapy. World PT Day 2026: Cardiovascular disease and stroke. Activity guide. Published 2026. Accessed August 18, 2026.
https://world.physio/sites/default/files/2026-06/WPTD2026-Activity-guide.pdf

2. World Heart Federation. Prevention. Accessed August 18, 2026.
https://world-heart-federation.org/heart-health/prevention/

3. World Health Organization. Package of interventions for rehabilitation. Module 4. Cardiopulmonary conditions. Geneva, Switzerland: World Health Organization; 2023. Accessed August 18, 2026.
https://iris.who.int/server/api/core/bitstreams/a4eebf4b-edf9-497f-89f7-41678ee73cae/content

4. World Health Organization. Cardiovascular diseases (CVDs). Fact sheet. Published July 31, 2025. Accessed August 18, 2026.
https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/cardiovascular-diseases-(cvds)

5. Ngeh EN, Lowe A, Garcia C, McLean S. Physiotherapy-led health promotion strategies for people with or at risk of cardiovascular diseases: a scoping review. Int J Environ Res Public Health.
2023;20(22):7073. doi:10.3390/ijerph20227073

6. American Heart Association. Life’s Essential 8. Accessed August 18, 2026.
https://www.heart.org/en/healthy-living/healthy-lifestyle/lifes-essential-8

7. Salamadze O, Siaska I, Chepurka O, Antonyuk-Kysil V. Rehabilitation strategies for adults with cardiovascular diseases: a comprehensive review. Rehabilitation & Recreation.
2026;20(2):57-63. doi:10.67034/2786-8354.2026.20.2.06

8. Bueno H, Deaton C, Farrero M, Forsyth F, Braunschweig F, Buccheri S, et al. 2025 ESC Clinical Consensus Statement on mental health and cardiovascular disease: developed under the auspices of the ESC Clinical Practice Guidelines Committee. Eur Heart J.
2025;46(41):4156-4225. doi:10.1093/eurheartj/ehaf191



  • WVVK